Citaat | Hoge Raad 16 april 1999

Alinea 56 Hoge Raad 16 april 1999

Een alinea uit Hoge Raad 16 april 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZC2887.

3.7 Ook onderdeel 5 is tevergeefs voorgesteld. Het Hof heeft kennelijk het bewijsaanbod van [eiseres] aldus begrepen dat het uitsluitend betrekking had op een nader of aanvullend deskundigenonderzoek. Het is aan het beleid van de rechter die over de feiten oordeelt overgelaten om te beslissen of hij wil overgaan tot het benoemen van een deskundige. Het Hof was dan ook niet verplicht te voldoen aan het verzoek van [eiseres] om een aanvullend deskundigenbericht te gelasten. Hierop stuiten alle klachten van het onderdeel af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32d1d2cd17caeb0e62cfb2e7a02e1a0b2c1d8858567e959a580920dbc71ddff0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32d1d2cd17caeb0e62cfb2e7a02e1a0b2c1d8858567e959a580920dbc71ddff0, en de alinea staat in dat document op bytes 19636 tot 20178.