Citaat | Hoge Raad 4 januari 2000

Alinea 68 Hoge Raad 4 januari 2000

Een alinea uit Hoge Raad 4 januari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4044.

"De in artikel 60, derde lid, Wtk 1992 neergelegde regeling houdt in dat de getuigplicht zoals geregeld in het Wetboek van Strafvordering (Sv) en de daarmee samenhangende bepalingen gewoon van toepassing zijn op de onder de werking van artikel 60, tweede lid, Wtk 1992 vallende personen. Dit betekent dat de bedoelde personen in een strafprocedure zowel als getuige of deskundige in een gerechtelijk voor-onderzoek (artikelen 210 tot en met 226 Sv) als in een onderzoek ter terechtzitting (artikel 280, leden 2 tot en met 8, en artikelen 281 tot en met 295 Sv) in beginsel een verklaring zullen moeten afleggen omtrent de in artikel 60, eerste lid, Wtk 1992 bedoelde gegevens of inlichtingen. Of en in hoeverre de voornoemde personen bij het afleggen van een verklaring als getuige of deskundige in verband met hun geheimhoudingsplicht ook een beroep kunnen doen op een verschoningsrecht op grond "van artikel 218 Sv, staat vervolgens aan de rechter ter beoordeling".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ddf273f937748eb66d6b45a74ee3fbd39a640fabdbbf5fdad82606111dd7e4de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ddf273f937748eb66d6b45a74ee3fbd39a640fabdbbf5fdad82606111dd7e4de, en de alinea staat in dat document op bytes 18317 tot 19300.