Citaat | Hoge Raad 5 januari 2000

Alinea 10 Hoge Raad 5 januari 2000

Een alinea uit Hoge Raad 5 januari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4055.

3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. De tot belanghebbende behorende maatschap A heeft in het onderhavige tijdvak personenauto’s ter beschikking gesteld aan haar vennoten en aan haar werknemers. Bij de werknemers maakt belanghebbende onderscheid tussen hoger geplaatste werknemers, aangeduid als semi-vennoten, en andere werknemers. De aan vennoten en semi-vennoten ter beschikking gestelde personenauto’s zijn eigendom van belanghebbende. De auto’s worden door de vennoten en semi-vennoten mede gebruikt voor woon-werkverkeer en voor privé-doeleinden in engere zin. Voor dit gebruik wordt aan belanghebbende geen vergoeding betaald. De aan andere werknemers ter beschikking gestelde personenauto’s worden door belanghebbende als regel verworven ingevolge een lease-overeenkomst. Deze werknemers gebruiken de auto’s eveneens mede voor woon-werkverkeer en voor privé-doeleinden in engere zin. Voor laatstbedoeld gebruik wordt door deze werknemers aan belanghebbende een vergoeding betaald, welke bestaat uit een vast bedrag voor de eerste 5.000 kilometers en een bedrag per kilometer voor de volgende kilometers. Belanghebbende heeft met betrekking tot de terbeschikkingstelling van de personenauto’s aan de vennoten het bepaalde in artikel 15 van de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 (hierna: de Beschikking) toegepast. Met betrekking tot de aan semi-vennoten ter beschikking gestelde personenauto’s is door belanghebbende het bepaalde in artikel 1, lid 1, aanhef en onderdeel c, van het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 (hierna: het BUA) toegepast, waarbij de omvang van de niet-aftrekbare belasting is bepaald naar analogie van het bepaalde in voornoemd artikel 15. Met betrekking tot de aan andere werknemers ter beschikking gestelde personenauto’s is eveneens het bepaalde in artikel 1, lid 1, aanhef en onderdeel c, van het BUA toegepast, waarbij de niet-aftrekbare belasting is bepaald aan de hand van het werkelijke gebruik van de auto door de werknemer, met inachtneming van het bepaalde in artikel 2 van het BUA. Voor het Hof was in geschil of de beperking dan wel uitsluiting van de aftrek van omzetbelasting op de voet van artikel 15, lid 6, van de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: de Wet) juncto artikel 15 van de Beschikking en artikel 16 van de Wet juncto artikel 1, lid 1, aanhef en onderdeel c, van het BUA in strijd is met de Zesde richtlijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00f337e9b92980de8047b1992b78451b944cedd61b26ba096d023d3782e46220. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00f337e9b92980de8047b1992b78451b944cedd61b26ba096d023d3782e46220, en de alinea staat in dat document op bytes 6800 tot 9240.