Citaat | Hoge Raad 5 januari 2000

Alinea 26 Hoge Raad 5 januari 2000

Een alinea uit Hoge Raad 5 januari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4056.

3.3.2. Voorzover de middelen betogen dat het Hof ten onrechte niet heeft behandeld belanghebbendes stelling dat aan het BUA niet kan worden toegekomen, aangezien op de levering in de zin van artikel 3, lid 1, onderdeel b, van de Wet, welke bepaling teruggaat op artikel 5, lid 4, aanhef en onderdeel b, van de Zesde richtlijn, de normaal geldende regels voor aftrek van in rekening gebrachte omzetbelasting van kracht zijn, falen zij. Immers, nu de personal compu-ters aan de werknemers ter beschikking zijn gesteld voor persoonlijke doeleinden, brengt de onderwerpe-lijke levering mee dat de personal computers mede zijn gebezigd voor het uitkeren van loon in natura als bedoeld in artikel 1, lid 1, onderdeel c, van het BUA.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/26745f47e82ad82131dfc2a5130b9b29c66223408538727a06b90e03c9c25e25. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 26745f47e82ad82131dfc2a5130b9b29c66223408538727a06b90e03c9c25e25, en de alinea staat in dat document op bytes 11356 tot 12096.