Citaat | Hoge Raad 5 januari 2000
Alinea 16 Hoge Raad 5 januari 2000
Een alinea uit Hoge Raad 5 januari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4064.
3.2. Het Hof heeft vooropgesteld dat blijkens het bepaalde in de artikelen 18 en 19 van de Wet BPM de ambtenaren van de politie mede zijn betrokken bij de handhaving van de Wet BPM en dat dit meebrengt dat ook door uitlatingen van ambtenaren van de politie bij een belanghebbende het in rechte te beschermen vertrouwen kan worden gewekt met betrekking tot een bepaalde toepassing van de Wet BPM. Het Hof heeft voorts overwogen dat dit niet alleen geldt voor uitlatingen inzake de toepassing van de Wet BPM welke door ambtenaren van de politie zijn gedaan tijdens een verkeerscontrole, maar ook voor zodanige uitlatingen welke door hen zijn gedaan naar aanleiding van een hun door een belanghebbende voorgelegde vraag inzake een voorgenomen handeling, en dat zonder aanwijzing voor het tegendeel een belanghebbende er immers van mag uitgaan dat ook die uitlatingen zijn gedaan in het kader van de taak van de ambtenaren van de politie met betrekking tot de handhaving van de Wet BPM.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f7c7d2cc08ffb410eddaff899b143ac3ffb5062546d14efe09c1e4464aa608b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f7c7d2cc08ffb410eddaff899b143ac3ffb5062546d14efe09c1e4464aa608b5, en de alinea staat in dat document op bytes 7002 tot 7998.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f7c7d2cc08ffb410eddaff899b143ac3ffb5062546d14efe09c1e4464aa608b5 | shasum -a 256