Citaat | Hoge Raad 5 januari 2000

Alinea 18 Hoge Raad 5 januari 2000

Een alinea uit Hoge Raad 5 januari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4064.

Het Hof heeft voorts geoordeeld: dat, gelet op het hiervóór in 3.1.3 vermelde feit, ervan moet worden uitgegaan dat belanghebbende geen aanwijzingen had dat de hiervóór weergegeven uitlatingen van een ambtenaar van de politie te R en S zijn gedaan buiten het kader van de taak van de ambtenaren van de politie met betrekking tot de handhaving van de Wet BPM; dat voorts, gelet op de hiervóór in 3.1.1 en 3.1.2 vermelde feiten, in onderlinge samenhang bezien, ervan moet worden uitgegaan dat belanghebbende, afgaande op een, door een bij de handhaving van de Wet BPM betrokken ambtenaar verstrekte, onjuiste inlichting een handeling heeft verricht ten gevolge waarvan hij, anders dan hij op grond van die inlichting had verwacht, BPM is verschuldigd op grond van artikel 1, lid 3, en artikel 5 van de Wet BPM.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f7c7d2cc08ffb410eddaff899b143ac3ffb5062546d14efe09c1e4464aa608b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f7c7d2cc08ffb410eddaff899b143ac3ffb5062546d14efe09c1e4464aa608b5, en de alinea staat in dat document op bytes 8653 tot 9481.