Citaat | Hoge Raad 7 januari 2000
Alinea 47 Hoge Raad 7 januari 2000
Een alinea uit Hoge Raad 7 januari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4124.
3.2 Het Hof heeft geoordeeld dat de bestreden beslissing niet als een rolbeschikking kan worden aangemerkt. Het heeft de in appel door [eiser] aangevoerde grief, dat hij in zijn incidentele conclusie een provisionele eis als bedoeld in art. 51 Rv. had ingesteld, verworpen omdat daarvan niets blijkt; niet blijkt dat hij bedoelde zijn eis in te stellen voor de duur van de procedure. Voorts heeft het Hof geoordeeld dat de vordering, mede gelet op de vorm waarin deze was gegoten, niet anders viel te begrijpen dan als een incidentele vordering, dat de daarop gegeven uitspraak valt aan te merken als een incidenteel vonnis en dat het appelverbod, gelet op art. 337 lid 2 Rv., zijn gelding daarom behoudt. Op grond hiervan heeft het Hof [eiser] niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/46d0b2452765b211ac07452bdff9d1285cd26893dab9e5a8eca9b742746542ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 46d0b2452765b211ac07452bdff9d1285cd26893dab9e5a8eca9b742746542ae, en de alinea staat in dat document op bytes 11996 tot 12805.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/46d0b2452765b211ac07452bdff9d1285cd26893dab9e5a8eca9b742746542ae | shasum -a 256