Citaat | Hoge Raad 14 januari 2000
Alinea 38 Hoge Raad 14 januari 2000
Een alinea uit Hoge Raad 14 januari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4277.
3.5 Onderdeel B van het middel richt zich tegen de rov. 7.7 tot en met 7.13 van het arrest van het Hof van 27 januari 1997. Het onderdeel ziet eraan voorbij dat het aan het Hof als rechter die over de feiten oordeelt, is voorbehouden de goede en kwade kansen met betrekking tot de loopbaan van [verzekeringneemster] te schatten, zodat het oordeel van het Hof in cassatie slechts beperkt toetsbaar is. In het licht van de door partijen aan het Hof verschafte gegevens, waaronder het in de bestreden rov. 7.7 vermelde cijfermateriaal, heeft het Hof een alleszins toereikende motivering gegeven en falen de klachten dat dit oordeel van het Hof onbegrijpelijk is. Voorzover het onderdeel betoogt dat het Hof slechts rekening heeft gehouden met de kwade kansen van [verzekeringneemster] op de arbeidsmarkt, mist het feitelijke grondslag. Het onderdeel kan niet tot cassatie leiden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b67bc2e808e1a4db825ecb6bc0d9eecbade0a2c8ac02a317a8abfb6d16142550. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b67bc2e808e1a4db825ecb6bc0d9eecbade0a2c8ac02a317a8abfb6d16142550, en de alinea staat in dat document op bytes 12330 tot 13224.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b67bc2e808e1a4db825ecb6bc0d9eecbade0a2c8ac02a317a8abfb6d16142550 | shasum -a 256