Citaat | Hoge Raad 14 januari 2000

Alinea 35 Hoge Raad 14 januari 2000

Een alinea uit Hoge Raad 14 januari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4278.

Bij arrest van 6 januari 1994 heeft het Hof in het incident bepaald dat [eiser] voorafgaande aan de executie van het vonnis van de Rechtbank te 's-Gravenhage van 12 mei 1993 zekerheid dient te stellen tot een bedrag van ƒ 2.000.000,--, of bij een gedeeltelijke executie tot het beloop van de helft van het te executeren bedrag, echter uitsluitend indien de aan het stellen van die zekerheid verbonden kosten telkens op voorhand door [verweerster] aan [eiser] zijn voldaan. Voorts heeft het Hof de termijn waarbinnen die zekerheid moet worden aangeboden of gesteld bepaald op 14 dagen voor de aanvang van de executie en die waarbinnen die zekerheid moet worden aanvaard of geweigerd op zeven dagen na die aanbieding of zekerheidstelling en het meer of anders gevorderde afgewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0edde81379da8105d1826dd59116ff8ec1486574695575bb232b84a6bab4093a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0edde81379da8105d1826dd59116ff8ec1486574695575bb232b84a6bab4093a, en de alinea staat in dat document op bytes 9559 tot 10356.