Citaat | Hoge Raad 14 januari 2000

Alinea 54 Hoge Raad 14 januari 2000

Een alinea uit Hoge Raad 14 januari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4278.

Het Hof is daarentegen - in zijn tweede tussenarrest - op grond van een aantal feiten en omstandigheden tot de conclusie gekomen dat voorshands moet worden aangenomen dat de tekst van de overeenkomsten en van de schuldbekentenissen later boven de handtekening van [oprichtster] is geplaatst. Tegen dat oordeel keren zich de middelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0edde81379da8105d1826dd59116ff8ec1486574695575bb232b84a6bab4093a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0edde81379da8105d1826dd59116ff8ec1486574695575bb232b84a6bab4093a, en de alinea staat in dat document op bytes 14718 tot 15074.