Citaat | Hoge Raad 14 januari 2000
Alinea 55 Hoge Raad 14 januari 2000
Een alinea uit Hoge Raad 14 januari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4278.
3. Middel I bestrijdt de door het Hof aan zijn oordeel ten grondslag gelegde rov. 5. Daarin overweegt het Hof dat bij betwisting van de echtheid van de tekst van een onderhandse akte de vraag hoe de bewijslast moet worden verdeeld in beginsel beantwoord moet worden aan de hand van art. 177 Rv., doch dat het op grond van (bijvoorbeeld) de onwaarschijnlijkheid van de stellingen van degene die zich op die akte beroept, mogelijk is dat, behoudens tegenbewijs, wordt aangenomen dat die tekst later geheel of ten dele boven die handtekening is geplaatst. De beide onderdelen van het middel bevatten de klacht dat het Hof van een onjuiste rechtsopvatting is uitgegaan, omdat het Hof alleen omstandigheden die de totstandkoming van de tekst betreffen, bij zijn desbetreffende oordeel in aanmerking had mogen nemen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0edde81379da8105d1826dd59116ff8ec1486574695575bb232b84a6bab4093a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0edde81379da8105d1826dd59116ff8ec1486574695575bb232b84a6bab4093a, en de alinea staat in dat document op bytes 15112 tot 15936.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0edde81379da8105d1826dd59116ff8ec1486574695575bb232b84a6bab4093a | shasum -a 256