Citaat | Hoge Raad 21 januari 2000
Alinea 26 Hoge Raad 21 januari 2000
Een alinea uit Hoge Raad 21 januari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4428.
3.4 Gelet op de van de zijde van de regering vermelde redenen voor het voorschrijven van een verklaring van de geneesheer-directeur, moet aan de verklaring bedoeld in art. 16 lid 1 Bopz de eis worden gesteld dat deze door de geneesheer-directeur zelf wordt ondertekend ten blijke van zijn instemming met en verantwoordelijkheid voor de inhoud van de verklaring (HR 1 juli 1994, NJ 1994, 715-723). In dit verband moet volgens art. 1 lid 3 onder "geneesheer-directeur" mede worden verstaan de arts die, hoewel geen directeursfunctie bekledende, belast is met de zorg voor de algemene gang van zaken op geneeskundig gebied in het psychiatrisch ziekenhuis. Als geneesheer-directeur moet ook worden aangemerkt de arts die volgens een binnen het zie-kenhuis geldende regeling tot vervanging van de geneesheer-directeur als waarnemend geneesheer-directeur de functie van de geneesheer-directeur uitoefent (HR 31 mei 1996, nr. 8822, NJ 1997, 36).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f0fbcf1bc6d270dab76aaaa3efa9d4527480ecb711e90da61c01206c5cdd507d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f0fbcf1bc6d270dab76aaaa3efa9d4527480ecb711e90da61c01206c5cdd507d, en de alinea staat in dat document op bytes 8199 tot 9152.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f0fbcf1bc6d270dab76aaaa3efa9d4527480ecb711e90da61c01206c5cdd507d | shasum -a 256