Citaat | Hoge Raad 21 januari 2000
Alinea 29 Hoge Raad 21 januari 2000
Een alinea uit Hoge Raad 21 januari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4430.
Ter uitvoering van deze bewijsopdracht heeft [verkoper] op 15 oktober 1998 twee getuigen doen horen, te weten [getuige 1] en [getuige 2]; [koper] heeft toen zichzelf als partijgetuige doen horen. Dadelijk na het afleg-gen van die verklaringen heeft de Kantonrechter ten aanzien van ieder van de getuigen een proces-verbaal ter zake van verdenking van meineed doen opma-ken. In haar eindvonnis van 21 december 1998 heeft zij dienaangaande over-wogen dat gezien de tegenstrijdigheden in de getuigenverklaringen tegen alle getuigen aangifte van meineed is gedaan (rov. 2.4).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aab56e0679f1b537f02680370a584f6ce00ff14a0229928de6f1c07196e48246. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aab56e0679f1b537f02680370a584f6ce00ff14a0229928de6f1c07196e48246, en de alinea staat in dat document op bytes 7891 tot 8476.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aab56e0679f1b537f02680370a584f6ce00ff14a0229928de6f1c07196e48246 | shasum -a 256