Citaat | Hoge Raad 21 januari 2000

Alinea 31 Hoge Raad 21 januari 2000

Een alinea uit Hoge Raad 21 januari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4430.

3.4 Uit de omstandigheid dat de Kantonrechter de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] verdenkt van meineed, kan niet anders worden afgeleid dan dat zij die verklaringen niet als betrouw-baar heeft beschouwd. Nu de Kantonrech-ter in haar eindvonnis geen nadere gegevens heeft vermeld waaruit zou kunnen volgen dat deze verdenking ten onrechte blijkt te hebben bestaan, is sprake van een innerlijke tegenstrijdigheid in dat vonnis, doordat de Kantonrechter tevens heeft overwogen dat op grond van deze verklaringen moet worden geconclu-deerd dat [verkoper] in het haar opgedragen bewijs is geslaagd. Het middel dat klaagt dat het vonnis niet de gronden inhoudt waarop het be-rust, is derhalve gegrond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aab56e0679f1b537f02680370a584f6ce00ff14a0229928de6f1c07196e48246. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aab56e0679f1b537f02680370a584f6ce00ff14a0229928de6f1c07196e48246, en de alinea staat in dat document op bytes 9061 tot 9772.