Citaat | Hoge Raad 21 januari 2000

Alinea 52 Hoge Raad 21 januari 2000

Een alinea uit Hoge Raad 21 januari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4438.

3.3.2 Het onderdeel is gegrond. De Rechtbank heeft zich, naar blijkt uit haar rov. 5.1 - 5.3, voor beantwoording van de vraag of [huurder] hetgeen zij uit de huurovereenkomst aan [verhuurder] verschuldigd werd, kan verrekenen met hetgeen [huurder] ter zake van de geldlening van [gefailleerde] te vorderen heeft, uit-sluitend begeven in de vraag of de schuld van [huurder] uit hoofde van de huurover-eenkomst voortvloeit uit dezelfde rechtsverhouding als haar vordering ter zake van de geldle-ning. Nu de Rechtbank niet ervan heeft blijk gegeven dat zij de hier bedoelde stelling van [huurder] in haar beoordeling heeft betrokken, is haar beslis-sing niet naar de eis der wet met redenen omkleed. Het gaat hier om een essentiële stelling. Indien juist mocht blijken dat de vor-de-ring van [huurder] uit de geldlening in haar geheel opeis-baar is gewor-den door het faillissement van [gefailleerde] en haar beide venno-ten, en dus vóór de overdracht van de bedrijfshal door de curator aan [verhuurder], zal [huurder] in ieder geval tel-kens het-geen zij uit de huurovereenkomst verschuldigd wordt, kunnen verre-ke-nen met hetgeen zij nog te vorderen heeft ter zake van de geldle-ning.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/317f163937d4b36aeced6b26de89a68b45158a5e67779c4d1f4d96dd439eb088. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 317f163937d4b36aeced6b26de89a68b45158a5e67779c4d1f4d96dd439eb088, en de alinea staat in dat document op bytes 15163 tot 16362.