Citaat | Hoge Raad 21 januari 2000

Alinea 68 Hoge Raad 21 januari 2000

Een alinea uit Hoge Raad 21 januari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4438.

3.7 Middel V is gericht tegen de rov. 12, 12.1 en 12.2 van de Rechtbank. De Rechtbank bespreekt daar de stelling van [huurder] dat [verhuurder] kosten heeft bespaard door de door [huurder] gehuurde zaak aan derden te verhuren en doordat [huurder] geen gebruik maakte van de door haar gehuur-de westelijke bedrijfshal. Daaraan verbond [huurder] de gevolgtrek-king dat [verhuurder] de inkomsten uit die verhuur en het door haar bespaarde bedrag, in mindering had dienen te brengen op de door [huurder] verschuldigde huur. De Rechtbank heeft dit betoog van [huurder] in de genoemde rechtsoverwegingen verworpen. Het middel voert daartegen aan dat de Rechtbank heeft miskend dat de in art. 6:78 BW vervatte regel bij wege van analogie dient te worden toegepast op een geval als het onderhavige.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/317f163937d4b36aeced6b26de89a68b45158a5e67779c4d1f4d96dd439eb088. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 317f163937d4b36aeced6b26de89a68b45158a5e67779c4d1f4d96dd439eb088, en de alinea staat in dat document op bytes 22124 tot 22927.