Citaat | Hoge Raad 25 januari 2000

Alinea 34 Hoge Raad 25 januari 2000

Een alinea uit Hoge Raad 25 januari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4574.

4.4. De voorts nog in het tweede en het vijfde middel vervatte klacht dat het bestreden arrest de juistheid openlaat van het ter terechtzitting in hoger beroep gevoerde betoog dat de verdachte heeft gehandeld "in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling" en dat het Hof heeft verzuimd hieromtrent te beslissen, faalt aangezien het aldus aangevoerde wordt weerlegd door de gemotiveerde bewezenverklaring, zodat het Hof niet gehouden was daaromtrent uitdrukkelijk te beslissen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d54f702fe39158ad242763efdbfa4012df288ee0a94bd9cd5c4920bffef03b86. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d54f702fe39158ad242763efdbfa4012df288ee0a94bd9cd5c4920bffef03b86, en de alinea staat in dat document op bytes 8938 tot 9422.