Citaat | Hoge Raad 28 januari 2000
Alinea 59 Hoge Raad 28 januari 2000
Een alinea uit Hoge Raad 28 januari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4605.
3. Het middel faalt. 's Hofs oordeel, dat in deze procedure dient te worden uitgegaan van de juistheid van hetgeen [verweerder] aangevoerd, berust enerzijds op een aan het Hof, als feitenrechter, voor-behouden waardering van het-geen partij-en omtrent de feite-lijke toedracht van de gebeurte-nissen in 1994 en 1995 hebben gesteld en anderzijds op een eveneens aan het Hof voorbehouden uitleg van de door [verweerder] in het geding gebrachte bewijsmiddelen, waaronder de akte van borg-tocht. Dat het Hof de door bewijs-middelen ondersteunde feiten-lezing van [verweerder] aannemelijk heeft geoordeeld en het-geen [eisers] daar tegen-over hebben gesteld als onge-moti-veerd en onwaar-schijnlijk heeft verworpen, is, in het licht van de gedingstukken, niet onbegrijpelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7d013bbf38efe6c149fa0919feeb9e7564e616fbfe38699e3d3c7decc69f273d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7d013bbf38efe6c149fa0919feeb9e7564e616fbfe38699e3d3c7decc69f273d, en de alinea staat in dat document op bytes 12152 tot 12936.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7d013bbf38efe6c149fa0919feeb9e7564e616fbfe38699e3d3c7decc69f273d | shasum -a 256