Citaat | Hoge Raad 28 januari 2000
Alinea 63 Hoge Raad 28 januari 2000
Een alinea uit Hoge Raad 28 januari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4606.
3.5 Met betrekking tot de door [verkoper] gevorderde schadevergoeding heeft het Hof - voorzover in cassatie van belang - in zijn tussenarrest overwogen dat de in de dagvaarding sub 28 en 29 aan [kopers] gemaakte verwijten, gelet op de omstandigheden van het geval, onvoldoende zijn om aangemerkt te worden als een tekortschieten van [kopers] in de nakoming van zijn verplichting uit de overeenkomst, dat in het bijzonder ten aanzien van het verwijt dat [kopers] [verkoper] op de hoogte had moeten stellen van de uitkomsten van het bodemonderzoek, [verkoper] onvoldoende omstandigheden heeft gesteld op grond waarvan het voor [kopers] duidelijk had moeten zijn dat zulks voor [verkoper] van groot belang was, en dat [verkoper] onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat daaruit schade voor hem is voortgevloeid. (rov. 4.8)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9a1d446d32d8b036f4ab320e3d96e9a3da4dae1c809646dfba5a1936992dda4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9a1d446d32d8b036f4ab320e3d96e9a3da4dae1c809646dfba5a1936992dda4d, en de alinea staat in dat document op bytes 15170 tot 16009.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9a1d446d32d8b036f4ab320e3d96e9a3da4dae1c809646dfba5a1936992dda4d | shasum -a 256