Citaat | Hoge Raad 4 februari 2000
Alinea 37 Hoge Raad 4 februari 2000
Een alinea uit Hoge Raad 4 februari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4719.
3.3 Het Hof heeft in zijn tussenvonnis van 10 september 1996 bij zijn be-handeling van de grieven die betrek- king hebben op de door [weduwe van voetganger 1] geleden(inkomens)schade, onder meer overwogen dat, voor zover [eigenaar en bestuurder auto] hebben bedoeld ook de door Ennia uitgekeerde verzekeringssom ten bedrage van NAƒ 43.552,23 als voordeel te verrekenen, deze stelling niet opgaat. Het Hof heeft dit oordeel hierop gegrond dat "het be-staan van de niet door de verzekeraar op hen verhaalbare le-vens-verzekering hun niet aangaat, immers het afsluiten van zo-danige verzekering in de huidige maatschappij een aangelegen-heid is die tussen hypotheekgever en hypotheeknemer wordt over-eengekomen en mitsdien voor [voetganger 1] van persoon-lijke aard was". Hiertegen richt zich het middel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e944f48e019f1860591d4dd35c76538738315e7406aed1cf2f9b503a0b9075ee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e944f48e019f1860591d4dd35c76538738315e7406aed1cf2f9b503a0b9075ee, en de alinea staat in dat document op bytes 10295 tot 11112.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e944f48e019f1860591d4dd35c76538738315e7406aed1cf2f9b503a0b9075ee | shasum -a 256