Citaat | Hoge Raad 4 februari 2000

Alinea 36 Hoge Raad 4 februari 2000

Een alinea uit Hoge Raad 4 februari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4721.

3.2 Onderdeel 1 strekt ten betoge dat de Rechtbank heeft miskend dat ingevolge art. 429n lid 2 Rv. de termijn voor het instellen van hoger beroep in geval van een “verstekbeschikking” niet bedraagt twee maanden na de dagtekening van de beschikking zoals geldt wanneer de belanghebbende is verschenen, doch twee maanden na betekening van de beschikking of na het moment waarop de beschikking de belanghebbende op andere wijze bekend is geworden. Aan dit betoog ligt klaarblijkelijk de stelling ten grondslag dat [verzoekster] niet kan worden aangemerkt als een in eerste instantie verschenen belanghebbende als bedoeld in art. 429n lid 2 nu zij, zoals in de inleiding op het middel wordt vermeld, niet is verschenen bij de mondelinge behandeling die in eerste aanleg heeft plaatsgevonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc6257af47f7935394bf9b8d810c0496fbe15d0f292357b38cca085bd5795432. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc6257af47f7935394bf9b8d810c0496fbe15d0f292357b38cca085bd5795432, en de alinea staat in dat document op bytes 8702 tot 9506.