Citaat | Hoge Raad 4 februari 2000
Alinea 21 Hoge Raad 4 februari 2000
Een alinea uit Hoge Raad 4 februari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4726.
De Rechtbank heeft bij tussenvonnis van 7 augustus 1996 de curator tot bewijslevering toegelaten. Na niet-gehouden enquête heeft de Rechtbank bij eindvonnis van 21 mei 1997 in conventie voor recht verklaard dat de cessie tussen Boelhouwer Project Services B.V. (hierna: BPS) en Van Zwol Wijntjes d.d. 1 juli nietig is voor zover zij betrekking heeft op vorderingen, die Van Zwol Wijntjes op BPS of een der andere in de cessieakte vermelde ondernemingen zou verkrijgen na de datum van het faillissement, en het meer of anders gevorderde afgewezen. In reconventie heeft de Rechtbank voor recht verklaard dat Van Zwol Wijntjes uit hoofde van de rechtsgeldige cessie toekomt de somma van ƒ 42.354,67, en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/72e5cd843b2e0567e55da8c50bed8f3c34ad84600cd132a8d5275cb59ac4a1f7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 72e5cd843b2e0567e55da8c50bed8f3c34ad84600cd132a8d5275cb59ac4a1f7, en de alinea staat in dat document op bytes 6646 tot 7402.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/72e5cd843b2e0567e55da8c50bed8f3c34ad84600cd132a8d5275cb59ac4a1f7 | shasum -a 256