Citaat | Hoge Raad 4 februari 2000

Alinea 38 Hoge Raad 4 februari 2000

Een alinea uit Hoge Raad 4 februari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4726.

3.3.2 Het Hof heeft hieromtrent geoordeeld dat uit de akte van cessie volgt dat deze vorderingen reeds vóór de cessie bestonden, terwijl het door de curator gedane beroep op de niet-opeis-baarheid van die vorderingen in het geheel niet nader feitelijk onderbouwd en toegelicht is, zodat ten processe van de opeisbaarheid dient te worden uitgegaan en het beroep op art. 43 niet opgaat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/72e5cd843b2e0567e55da8c50bed8f3c34ad84600cd132a8d5275cb59ac4a1f7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 72e5cd843b2e0567e55da8c50bed8f3c34ad84600cd132a8d5275cb59ac4a1f7, en de alinea staat in dat document op bytes 10441 tot 10840.