Citaat | Hoge Raad 4 februari 2000
Alinea 39 Hoge Raad 4 februari 2000
Een alinea uit Hoge Raad 4 februari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4726.
3.3.3 De hiertegen onder punt 5 van het middel aangevoerde klacht mist feitelijke grondslag. Het Hof heeft het bestaan van de vorderingen ten tijde van de cessie vooropgesteld, doch de verwerping van het beroep op de niet-opeisbaarheid van de vorderingen niet daarop gegrond, maar op het ontbre-ken van nadere feitelijke onderbouwing van dit beroep.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/72e5cd843b2e0567e55da8c50bed8f3c34ad84600cd132a8d5275cb59ac4a1f7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 72e5cd843b2e0567e55da8c50bed8f3c34ad84600cd132a8d5275cb59ac4a1f7, en de alinea staat in dat document op bytes 10860 tot 11222.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/72e5cd843b2e0567e55da8c50bed8f3c34ad84600cd132a8d5275cb59ac4a1f7 | shasum -a 256