Citaat | Hoge Raad 4 februari 2000

Alinea 40 Hoge Raad 4 februari 2000

Een alinea uit Hoge Raad 4 februari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4726.

3.3.4 De onder punt 6 van het middel aangevoerde klacht is gericht tegen het oordeel dat het beroep van de curator op de niet-opeisbaarheid niet feitelijk onderbouwd is. Volgens de klacht gaat het niet om de opeisbaarheid "sec", maar om de vraag of de vordering jegens degene die heeft betaald opeisbaar was, met andere woorden: om de vraag of BPS door Van Zwol Wijntjes in rechte kon worden gedwongen tot beta-ling van de vorderingen van Van Zwol Wijntjes op Comptrust en B & P.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/72e5cd843b2e0567e55da8c50bed8f3c34ad84600cd132a8d5275cb59ac4a1f7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 72e5cd843b2e0567e55da8c50bed8f3c34ad84600cd132a8d5275cb59ac4a1f7, en de alinea staat in dat document op bytes 11261 tot 11758.