Citaat | Hoge Raad 4 februari 2000

Alinea 43 Hoge Raad 4 februari 2000

Een alinea uit Hoge Raad 4 februari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4726.

Anders dan het middel betoogt, heeft het Hof geen blijk gegeven van een onjuiste opvatting omtrent de door art. 42 F. geëiste wetenschap van benadeling van schuldei-sers. Dat het Hof bij zijn oordeel dat het bewijs daarvan niet is geleverd, mede heeft gelet op de aard van de door BPS aan Van Zwol Wijntjes verstrekte opdracht, die volgens het Hof kennelijk is gegeven met het oog op de voortzetting van de onderneming, is niet onbegrijpelijk. Tenslotte is de beantwoor-ding van de vraag of het bewijs is geleverd, voorbehou-den aan het Hof als rechter die over de feiten oordeelt. De klachten zijn derhalve tevergeefs voorge-steld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/72e5cd843b2e0567e55da8c50bed8f3c34ad84600cd132a8d5275cb59ac4a1f7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 72e5cd843b2e0567e55da8c50bed8f3c34ad84600cd132a8d5275cb59ac4a1f7, en de alinea staat in dat document op bytes 12945 tot 13597.