Citaat | Hoge Raad 9 februari 2000
Alinea 17 Hoge Raad 9 februari 2000
Een alinea uit Hoge Raad 9 februari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4745.
In 1992 heeft belanghebbende alle aandelen in B B.V. (hierna: de dochtervennootschap) gekocht, alsmede vorderingen op de dochtervennootschap met een totale nominale waarde van ƒ 709.407,-- (hierna: de vordering). De koopsom in aandelen bedroeg ƒ 1,--, die voor de vordering ƒ 500.000,--. In 1993 heeft belanghebbende de vordering ten laste van haar winst afgewaardeerd tot ƒ 1,--. In de toelichting op de aangifte vennootschapsbelasting 1994 heeft belanghebbende een informele kapitaalstorting in de deelneming van ƒ 499.999,-- verantwoord. Ook de toelichting op de aangifte van de dochtervennootschap over dat jaar maakt melding van een informele kapitaalstorting. De commerciële jaarrekeningen van zowel belanghebbende als de dochtervennootschap vermelden dat de lening is gestort op aandelen. Er heeft echter geen uitgifte van aandelen plaatsgevonden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f100ea199d48d2c9f3b6571d859c1c3d3771b32c9b608a9fab6f7cfe39469c86. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f100ea199d48d2c9f3b6571d859c1c3d3771b32c9b608a9fab6f7cfe39469c86, en de alinea staat in dat document op bytes 6035 tot 6927.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f100ea199d48d2c9f3b6571d859c1c3d3771b32c9b608a9fab6f7cfe39469c86 | shasum -a 256