Citaat | Hoge Raad 9 februari 2000
Alinea 19 Hoge Raad 9 februari 2000
Een alinea uit Hoge Raad 9 februari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4745.
3.3. Voorts heeft het Hof geoordeeld dat, nu vaststaat dat een informele kapitaalinbreng heeft plaatsgehad en derhalve aannemelijk is dat belanghebbende zich tegenover de dochtervennootschap heeft verbonden haar vordering niet in haar kwaliteit van crediteur te innen, de vordering door belanghebbende is prijsgegeven. In dit oordeel ligt besloten de verwerping van belanghebbendes stelling dat de vordering civielrechtelijk in stand is gebleven. Aldus heeft het Hof een beslissing gegeven welke niet blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting en als verweven met waarderingen van feitelijke aard voor het overige in cassatie niet op haar juistheid kan worden getoetst. Zij is ook niet onbegrijpelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f100ea199d48d2c9f3b6571d859c1c3d3771b32c9b608a9fab6f7cfe39469c86. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f100ea199d48d2c9f3b6571d859c1c3d3771b32c9b608a9fab6f7cfe39469c86, en de alinea staat in dat document op bytes 7528 tot 8245.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f100ea199d48d2c9f3b6571d859c1c3d3771b32c9b608a9fab6f7cfe39469c86 | shasum -a 256