Citaat | Hoge Raad 9 februari 2000
Alinea 44 Hoge Raad 9 februari 2000
Een alinea uit Hoge Raad 9 februari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4745.
2.8. Belanghebbende heeft cassatie ingesteld. Zij heeft twee cassatiemiddelen voorgedragen. Het eerste middel houdt de klacht in dat het Hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, heeft beslist dat belanghebbende haar afgewaardeerde vordering op B BV heeft prijsgegeven, in de zin van art. 13b, lid 4, Wet Vpb 1969. Het tweede middel klaagt erover dat het Hof zonder begrijpelijke motivering voorbij is gegaan aan belanghebbendes stelling dat de vordering op B BV van het begin af informeel kapitaal representeerde, in welk geval van het prijsgeven van een vordering als bedoeld in art. 13b, lid 4, geen sprake kan zijn geweest.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f100ea199d48d2c9f3b6571d859c1c3d3771b32c9b608a9fab6f7cfe39469c86. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f100ea199d48d2c9f3b6571d859c1c3d3771b32c9b608a9fab6f7cfe39469c86, en de alinea staat in dat document op bytes 14134 tot 14784.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f100ea199d48d2c9f3b6571d859c1c3d3771b32c9b608a9fab6f7cfe39469c86 | shasum -a 256