Citaat | Hoge Raad 9 februari 2000
Alinea 59 Hoge Raad 9 februari 2000
Een alinea uit Hoge Raad 9 februari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4745.
3.7. Het voorgaande brengt mee dat in cassatie ervan moet worden uitgegaan dat de vordering van belanghebbende op B BV uit een gewone geldlening voortvloeit en geen informeel kapitaal voorstelt. In rechtsoverweging 5.2.4. heeft het Hof geoordeeld - overeenkomstig het standpunt van de Inspecteur - dat belanghebbende de vordering jegens B BV heeft prijsgegeven. Bovendien heeft het Hof aangenomen dat belanghebbende dit laatste heeft gedaan in haar hoedanigheid van aandeelhouder. In de zienswijze van het Hof heeft het prijsgeven van de vordering door belanghebbende een informele kapitaalstorting in B BV teweeggebracht. De consequentie hiervan is dat het prijsgeven van de vordering bij B BV geen belastbare winst heeft doen ontstaan, maar een onbelaste vermogensvermeerdering.3
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f100ea199d48d2c9f3b6571d859c1c3d3771b32c9b608a9fab6f7cfe39469c86. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f100ea199d48d2c9f3b6571d859c1c3d3771b32c9b608a9fab6f7cfe39469c86, en de alinea staat in dat document op bytes 23324 tot 24119.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f100ea199d48d2c9f3b6571d859c1c3d3771b32c9b608a9fab6f7cfe39469c86 | shasum -a 256