Citaat | Hoge Raad 9 februari 2000

Alinea 61 Hoge Raad 9 februari 2000

Een alinea uit Hoge Raad 9 februari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4745.

3.8. Voor het Hof heeft belanghebbende betoogd dat zij inderdaad in 1994 voor een bedrag van f 499.999 informeel kapitaal in B BV heeft gestort, maar dat desondanks de vordering op de dochtervennootschap civielrechtelijk in stand is gebleven. Zij maakt derhalve een onderscheid tussen de informele kapitaalstorting enerzijds en het (civielrechtelijk) prijsgeven van de vordering anderzijds. In het tweede cassatiemiddel herhaalt zij deze stellingname.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f100ea199d48d2c9f3b6571d859c1c3d3771b32c9b608a9fab6f7cfe39469c86. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f100ea199d48d2c9f3b6571d859c1c3d3771b32c9b608a9fab6f7cfe39469c86, en de alinea staat in dat document op bytes 24476 tot 24940.