Citaat | Hoge Raad 9 februari 2000

Alinea 38 Hoge Raad 9 februari 2000

Een alinea uit Hoge Raad 9 februari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4848.

4.3. In deze zaak berust het verweer van [eiseres] dat onteigening niet noodzakelijk is, uitsluitend op de stelling dat zij met anderen bereid en in staat is de beoogde bestemming zelf te realiseren. Het oordeel van de Rechtbank dat volgens de eigen stellingen van [eiseres] ten tijde van de aan het onteigeningsgeding voorafgaande procedure geen sprake was van enige reële mogelijkheid tot zelfrealisatie, zodat er in zoverre alleszins noodzaak was tot onteigening en de overheid aldus in redelijkheid tot het onteigeningsbesluit kon komen - de Rechtbank doelt hier kennelijk zowel op de gemeenteraad bij het nemen van het besluit als op de Kroon bij de goedkeuring ervan -, wordt in cassatie niet bestreden. Uit hetgeen in 4.2 is overwogen, vloeit dan voort dat het niet aan de Rechtbank ter beoordeling stond of een zodanige mogelijkheid bestond, zulks ongeacht eventueel gestelde of gebleken wijzigingen van de feitelijke situatie in dit opzicht na de goedkeuring van het onteigeningsbesluit. Het vorenoverwogene brengt mede dat het bewijsaanbod van [eiseres] niet ter zake dienende was, zodat de Rechtbank, wat er zij van de daartoe gebezigde gronden, terecht daaraan voorbij is gegaan. Het eerste middel faalt daarom.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0f0f0ca189a2644afe2e1bc137b0e1051473b94764a04a3b694f065340f97dd0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0f0f0ca189a2644afe2e1bc137b0e1051473b94764a04a3b694f065340f97dd0, en de alinea staat in dat document op bytes 14271 tot 15508.