Citaat | Hoge Raad 9 februari 2000
Alinea 41 Hoge Raad 9 februari 2000
Een alinea uit Hoge Raad 9 februari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4852.
3.2. De aldus gemotiveerde afwijzing van het verzoek tot tussenkomst van Rhee-Bra en [eiser 3] sluit niet uit dat zij, als de vervroegde onteigening wordt uitgesproken, later alsnog als derde belanghebbenden deelnemen aan het geding tot vaststelling van de schadeloosstelling. In het geding met betrekking tot de vervroegde onteigening zelf zijn zij echter na de afwijzing van hun verzoek tot tussenkomst geen partij. Het cassatieberoep is niet gericht tegen die afwijzing. Rhee-Bra en [eiser 3] moeten dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard in hun cassatieberoep.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db170c753004acd7da8930d0fbf7ad714c7ac503dda4b0377e04cef9656bdc51. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db170c753004acd7da8930d0fbf7ad714c7ac503dda4b0377e04cef9656bdc51, en de alinea staat in dat document op bytes 9851 tot 10432.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/db170c753004acd7da8930d0fbf7ad714c7ac503dda4b0377e04cef9656bdc51 | shasum -a 256