Citaat | Hoge Raad 9 februari 2000
Alinea 46 Hoge Raad 9 februari 2000
Een alinea uit Hoge Raad 9 februari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4852.
4.2.3. Voor een zelfstandige beoordeling door de onteigeningsrechter van de noodzaak tot onteigening naar het tijdstip van zijn uitspraak is wèl plaats indien hetgeen de gedaagde aanvoert met betrekking tot de noodzaak van onteigening, zo dat juist wordt bevonden, meebrengt dat de onteigening in het licht van na (de goedkeuring van) het onteigeningsbesluit gewijzigde of aan het licht gekomen omstandigheden aan de zijde van de onteigenende partij in strijd is met het recht omdat de onteigening niet (meer) geschiedt ten behoeve van het doel waarvoor volgens het onteigeningsbesluit onteigend wordt (vgl. HR 10-8-1994, nr. 1172, NJ 1996, 35) of omdat tengevolge van gewijzigde inzichten met betrekking tot de uitvoering van een bestemmingsplan of enig ander aan de onteigeningswet ten grondslag liggend besluit of plan niet (meer) kan worden gezegd dat de onteigening geschiedt ter uitvoering van dat plan (vgl. HR 25-5-1988, nr. 1088, NJ 1988, 927).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db170c753004acd7da8930d0fbf7ad714c7ac503dda4b0377e04cef9656bdc51. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db170c753004acd7da8930d0fbf7ad714c7ac503dda4b0377e04cef9656bdc51, en de alinea staat in dat document op bytes 15333 tot 16300.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/db170c753004acd7da8930d0fbf7ad714c7ac503dda4b0377e04cef9656bdc51 | shasum -a 256