Citaat | Hoge Raad 18 februari 2000

Alinea 49 Hoge Raad 18 februari 2000

Een alinea uit Hoge Raad 18 februari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4872.

3.2 [eiser] heeft tegen De Boer de vorderingen ingesteld als hiervoor onder 1 weergegeven. De Rechtbank heeft aan De Boer te bewijzen opgedragen dat het hiervoor in 3.1 (iii) bedoelde Sjopspel een oorspronkelijk werk is en bewust noch onbewust aan het door [eiser] ontwikkelde Shoppingspel is ontleend. In haar eindvonnis heeft de Rechtbank De Boer in dat bewijs geslaagd geacht en heeft zij de vorderingen van [eiser] afgewezen. Het Hof heeft in zijn tussenarrest vastgesteld dat er, kort gezegd, voorafgaand aan de aanbieding van het Shoppingspel geen soortgelijke spellen in de handel waren. Vervolgens heeft het Hof overwogen dat er, naast duidelijke verschillen, zo veel punten van overeenstemming tussen beide spellen zijn aan te wijzen dat bijzonder onwaarschijnlijk is dat die overeenstemming op louter toeval berust en dat het Sjopspel als een nieuw oorspronkelijk werk zou zijn ontworpen. Op grond daarvan heeft het Hof, in het incidenteel appel van De Boer, geoordeeld dat de Rechtbank aan De Boer terecht het voormelde bewijs heeft opgedragen. Anders dan de Rechtbank was het Hof vervolgens, in het principale appel, van oordeel dat De Boer in het leveren van dat bewijs (vooralsnog) niet is geslaagd. Daartoe heeft het Hof, samengevat weergegeven, het volgende overwogen. De verklaringen van een aantal getuigen dat zij het Shoppingspel niet aan [getuige 2] en [getuige 3] (die samenwerken in Score Promotions) hebben getoond, sluiten niet uit dat dit spel door andere personen te hunner kennis is gebracht, zodat op grond van de voormelde onwaarschijnlijkheid meer nodig is dan dat een aantal bij De Boer werkzame personen dit spel niet kende c.q. daarover niet had gesproken. De verklaringen van [getuige 2] en [getuige 3] dat zij het Sjopspel hebben ontworpen zonder kennis van het Shoppingspel en dat zij hun Sjopspel reeds in 1987 aan andere supermarktbedrijven hebben getoond of aangeboden, zijn wegens hun betrokkenheid bij Score Promotions ongenoegzaam, nu zij niet worden ondersteund door ander bewijsmateriaal, waarbij het Hof met name het oog heeft op bewijsmateriaal (a) dat bevestigt dat dit spel aan andere bedrijven is voorgelegd en (b) dat inzicht verschaft met betrekking tot de vorm waarin het zich toen (telkens) bevond. Het Hof heeft De Boer toegelaten tot het leveren van dat bewijs.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e17e7b479bcda0fdee4ac5b637075fe6eb43ccbe04bed3a040af6faa508c4fc2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e17e7b479bcda0fdee4ac5b637075fe6eb43ccbe04bed3a040af6faa508c4fc2, en de alinea staat in dat document op bytes 11631 tot 13965.