Citaat | Hoge Raad 18 februari 2000
Alinea 54 Hoge Raad 18 februari 2000
Een alinea uit Hoge Raad 18 februari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4872.
3.5 Voorts dient uitgangspunt te zijn - zoals het Hof in zijn tussenarrest heeft overwogen - dat de verklaringen van [getuige 2] en [getuige 3] dat zij het Sjopspel hebben ontworpen zonder kennis van het Shoppingspel, niet voldoende zijn om De Boer in vorenbedoeld bewijs geslaagd te achten, omdat de beoogde effectieve auteursrechtelijke bescherming vereist dat de weerlegging van de hiervoor bedoelde onwaarschijnlijkheid berust op méér dan de verklaringen van de ontwerpers van het spel waarvan gesteld wordt dat het inbreuk maakt op het beschermde werk. Het Hof heeft in zijn tussenarrest daarom aanvullend bewijs nodig geoordeeld, waaronder met name bewijs dat het ontwerp van (het Sjop-sjopspel dat voorafging aan) het Sjopspel reeds bestond voordat het spel van [eiser] aan De Boer werd aangeboden. Anders dan subonderdeel 3.1 betoogt, is dit een bijzondere omstandigheid waarmee het uit de punten van overeenstemming voortvloeiende vermoeden van ontlening kan worden weerlegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e17e7b479bcda0fdee4ac5b637075fe6eb43ccbe04bed3a040af6faa508c4fc2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e17e7b479bcda0fdee4ac5b637075fe6eb43ccbe04bed3a040af6faa508c4fc2, en de alinea staat in dat document op bytes 16341 tot 17340.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e17e7b479bcda0fdee4ac5b637075fe6eb43ccbe04bed3a040af6faa508c4fc2 | shasum -a 256