Citaat | Hoge Raad 18 februari 2000
Alinea 55 Hoge Raad 18 februari 2000
Een alinea uit Hoge Raad 18 februari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4872.
3.6 Subonderdeel 3.2 klaagt terecht erover dat het Hof in rov. 9 van zijn eindarrest heeft miskend dat, gelet op voormelde uitgangspunten, slechts van een voldoende gebleken toevalligheid sprake kan zijn, indien door vergelijking van de ontwerpen voor de onderhavige spellen komt vast te staan dat het Sjopspel (in een eerdere uitvoering) al ontworpen was vóórdat het Shoppingspel van [eiser] aan anderen bekend kon zijn. Nu die, door het Hof in zijn tussenarrest blijkbaar nodig geachte, vergelijking achterwege is gebleven, is het oordeel van het Hof zonder nadere motivering, die ontbreekt, onbegrijpelijk. Deze onbegrijpelijkheid wordt niet weggenomen door hetgeen het Hof in rov. 10 overweegt. De verklaringen van de getuigen [getuige 2] en [getuige 3] leggen pas dan gewicht in de schaal als zij door voldoende ander bewijsmateriaal, als vorenbedoeld, ondersteund worden. De door het Hof aanvaarde stelling van De Boer omtrent de hiervoor in 3.3 vermelde onwaarschijnlijkheid sluit de gestelde en niet afdoende weerlegde mogelijkheid van (bewuste of onbewuste) ontlening geenszins uit.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e17e7b479bcda0fdee4ac5b637075fe6eb43ccbe04bed3a040af6faa508c4fc2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e17e7b479bcda0fdee4ac5b637075fe6eb43ccbe04bed3a040af6faa508c4fc2, en de alinea staat in dat document op bytes 17360 tot 18466.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e17e7b479bcda0fdee4ac5b637075fe6eb43ccbe04bed3a040af6faa508c4fc2 | shasum -a 256