Citaat | Hoge Raad 18 februari 2000

Alinea 48 Hoge Raad 18 februari 2000

Een alinea uit Hoge Raad 18 februari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4873.

In de rechtspraak zijn gevallen aan de orde geweest, waarin aan een bestuurder van een vennootschap werd verweten dat hij in naam van de vennootschap verplichtingen was aangegaan terwijl hij wist of redelijkerwijs behoorde te begrijpen dat de vennootschap niet aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden voor de als gevolg van die niet-nakoming door de wederpartij te lijden schade. In een dergelijk geval zal in het algemeen - behoudens door de bestuurder aan te voeren, zijn handelwijze rechtvaardigende of verontschuldigende omstandigheden - moeten worden aangenomen dat de bestuurder een zodanig verwijt treft dat hij persoonlijk jegens de wederpartij van de vennootschap aansprakelijk is op grond van onrechtmatig handelen (vgl. onder meer HR 6 oktober 1989, nr. 13618, NJ 1990, 286). Klaarblijkelijk heeft het Hof deze regel op het oog gehad en geoordeeld dat hij te dezen toepassing mist bij gebreke van de vereiste wetenschap aan de zijde van [verweerder].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a62467f3b50382972ffef6eb627802c59ee83fe0084d78250b3665a6f92c6312. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a62467f3b50382972ffef6eb627802c59ee83fe0084d78250b3665a6f92c6312, en de alinea staat in dat document op bytes 14025 tot 15030.