Citaat | Hoge Raad 18 februari 2000
Alinea 49 Hoge Raad 18 februari 2000
Een alinea uit Hoge Raad 18 februari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4877.
4.1.3 Art. 843a bindt de toewijsbaarheid van de daarbedoelde vordering aan drie cumulatieve voorwaarden: (1) de eiser of verzoeker dient een rechtmatig belang te hebben, en het moet gaan om (2) een onderhandse akte (3) aangaande een rechtsbetrekking waarin de eiser of verzoeker of zijn rechtsvoorganger partij is. Anders dan het onderdeel betoogt, is derhalve “het hebben van een rechtens relevant belang” niet voldoende voor het aan de Bank opleggen van een verplichting tot het overleggen van de bankafschriften en betalingsopdrachten als bedoeld in bijlage 2 bij de rogatoire commissie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aafa18f8ab10cae1054dc527bdc9570f37722b9282f0ec326f98a0c9238d7ef2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aafa18f8ab10cae1054dc527bdc9570f37722b9282f0ec326f98a0c9238d7ef2, en de alinea staat in dat document op bytes 12926 tot 13533.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aafa18f8ab10cae1054dc527bdc9570f37722b9282f0ec326f98a0c9238d7ef2 | shasum -a 256