Citaat | Hoge Raad 18 februari 2000

Alinea 54 Hoge Raad 18 februari 2000

Een alinea uit Hoge Raad 18 februari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4877.

Voor zover het onderdeel strekt ten betoge dat de Rechtbank die stelling ten onrechte heeft verworpen, faalt het. Aan het Verdrag ligt het beginsel ten grondslag dat de rechterlijke autoriteit aan wie de uitvoering van de rogatoire commissie is opgedragen, zijn eigen landswet toepast en geen gehoor behoeft te geven aan verzoeken die onverenigbaar zijn met die landswet. Anders dan in het onderdeel wordt aangevoerd, kan uit de omstandigheid dat Nederland het in art. 23 van het Verdrag omschreven voorbehoud heeft gemaakt, niet worden afgeleid dat in Nederland rechtstreeks op grond van het Verdrag uitvoering moet worden gegeven aan een rogatoire commissie tot het doen overleggen van specifiek genoemde documenten. Het door art. 23 toegestane voorbehoud, inhoudende dat geen uitvoering wordt gegeven aan een rogatoire commissie tot “pre-trial dicovery of documents”, strekt niet tot verruiming van de op Nederland rustende verdragsverplichtingen, doch tot een precisering daarvan. De door News International c.s. bepleite verplichting voor de Bank tot het produceren van de gevraagde documenten kan dan ook niet rechtstreeks op het Verdrag worden gegrond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aafa18f8ab10cae1054dc527bdc9570f37722b9282f0ec326f98a0c9238d7ef2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aafa18f8ab10cae1054dc527bdc9570f37722b9282f0ec326f98a0c9238d7ef2, en de alinea staat in dat document op bytes 15712 tot 16893.