Citaat | Hoge Raad 18 februari 2000
Alinea 61 Hoge Raad 18 februari 2000
Een alinea uit Hoge Raad 18 februari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4877.
5.1.3 Bij de beoordeling van het middel moet het volgende worden vooropgesteld. In het algemeen geldt dat, gelet op de strekking van het Verdrag om de verkrijging van bewijs in het buitenland in burgerlijke en handelszaken zoveel mogelijk te bevorderen, een ruime uitleg van zijn bepalingen is aangewezen (vgl. ook de memorie van antwoord bij onder meer de Goedkeuringswet van het Verdrag, Kamerstukken II, 1979/80, 15 660(R 1123) enz., nr. 5, blz. 21). Zulks geldt ook voor de voorschriften die art. 3 geeft met betrekking tot hetgeen de rogatoire commissie dient in te houden. De strekking van art. 3 is om de rechterlijke autoriteit van de aangezochte Staat duidelijkheid te verschaffen omtrent de inhoud en de strekking van de in de rogatoire commissie verzochte onderzoekshandeling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aafa18f8ab10cae1054dc527bdc9570f37722b9282f0ec326f98a0c9238d7ef2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aafa18f8ab10cae1054dc527bdc9570f37722b9282f0ec326f98a0c9238d7ef2, en de alinea staat in dat document op bytes 19171 tot 19971.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aafa18f8ab10cae1054dc527bdc9570f37722b9282f0ec326f98a0c9238d7ef2 | shasum -a 256