Citaat | Hoge Raad 18 februari 2000

Alinea 62 Hoge Raad 18 februari 2000

Een alinea uit Hoge Raad 18 februari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4877.

5.1.4 In het onderhavige geval heeft de Rechtbank het verzoek tot het houden van een getuigenverhoor klaarblijkelijk aldus begrepen dat het betrekking heeft op een naar behoren aangestelde functionaris van de Bank die uit hoofde van zijn functie, te weten Hoofd juridische afdeling, een verklaring kan afleggen omtrent de vragen die op grond van bijlage 1 gesteld moeten worden en dat deze functionaris volgens de bij de verzoekende autoriteit bekende gegevens [getuige] is. Deze aan de rechter, die over de feiten oordeelt, voorbehouden uitleg van de rogatoire commissie is niet onbegrijpelijk en behoefde geen nadere motivering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aafa18f8ab10cae1054dc527bdc9570f37722b9282f0ec326f98a0c9238d7ef2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aafa18f8ab10cae1054dc527bdc9570f37722b9282f0ec326f98a0c9238d7ef2, en de alinea staat in dat document op bytes 19991 tot 20634.