Citaat | Hoge Raad 22 februari 2000

Alinea 39 Hoge Raad 22 februari 2000

Een alinea uit Hoge Raad 22 februari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4894.

In feitelijke aanleg is niet aangevoerd, noch komen vast te staan dat en waarom in het onderhavige geval een afwijking van de hier geldende richtlijnen gerechtvaardigd was. In het bijzonder is ter terechtzitting in hoger beroep niet ter sprake gekomen dat het hier gaat om een zaak die voortkomt "uit onderzoeken door multi-disciplinaire teams". Evenmin is door de Procureur-Generaal tegenover het betoog van de raadsman dat de verdachte over het jaar 1993 ruim f 22.000,- heeft terugontvangen van de fiscus, gemotiveerd aangegeven dat en waarom een vervolging krachtens een of meer van de in de toen geldende richtlijnen vermelde uitzonderingen niettemin mogelijk was. Tegen die achtergrond kan niet worden gezegd dat het Hof op onjuiste gronden tot het oordeel is gekomen dat het Openbaar Ministerie niet- ontvankelijk is in zijn vervolging van het tenlastegelegde onder 6. De rechtsklacht is dus ongegrond en de motiveringsklacht behoeft derhalve geen bespreking meer. Overigens wordt ook hier in de toelichting op het middel een beroep gedaan op feiten en omstandigheden die in feitelijke aanleg niet zijn aangevoerd of vastgesteld zodat daarop, omdat zij van feitelijke aard zijn, niet met vrucht voor het eerst in cassatie een beroep kan worden gedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d7c5f7e53155a7643fb07f5b09ef813861ba28ad4c8a56f2a913e201f14eef1b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d7c5f7e53155a7643fb07f5b09ef813861ba28ad4c8a56f2a913e201f14eef1b, en de alinea staat in dat document op bytes 16821 tot 18094.