Citaat | Hoge Raad 25 februari 2000

Alinea 49 Hoge Raad 25 februari 2000

Een alinea uit Hoge Raad 25 februari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4936.

Uitgaande van de omstandigheden van het geval, waaronder het gegeven dat noch de inleidende dagvaarding noch het verstekvonnis aan [huurder] in persoon waren betekend, dat [huurder] met de inhoud van het verstekvonnis eerst bekend werd op de dag dat met de daadwerkelijke tenuitvoerlegging ervan was begonnen, en dat hij ingevolge de wettelijke regeling nog geen vierentwintig uur de tijd had om verzet te doen, geeft het oordeel van de Rechtbank dat toepassing in het onderhavige geval van de in de art. 81, 83 en 84 voor het instellen van verzet gegeven regels in strijd komt met art. 6 EVRM, geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting; dit oordeel is ook niet onvoldoende gemotiveerd; evenmin is het onbegrijpelijk. De tegen dat oordeel gerichte klacht is dan ook ongegrond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0e70ef7456f04aac8adc55e36439aac473218e2a985bb5e8dc94a8d9db64e78a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0e70ef7456f04aac8adc55e36439aac473218e2a985bb5e8dc94a8d9db64e78a, en de alinea staat in dat document op bytes 16582 tot 17375.