Citaat | Hoge Raad 1 maart 2000

Alinea 17 Hoge Raad 1 maart 2000

Een alinea uit Hoge Raad 1 maart 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4986.

3.4. Op grond van hetgeen in 3.3 is overwogen moet worden aangenomen dat tijdig vóór de mondelinge behandeling van 5 juni 1998 een verzoek om uitstel bij het Hof is binnengekomen. Op dat verzoek had dan ook tijdig voor de behandelingsdatum moeten worden gereageerd (Hoge Raad 27 november 1991, nr. 27729, BNB 1992/35). Als dat zou zijn gebeurd, zouden, bij een negatieve reactie, belanghebbende en zijn gemachtigde de gelegenheid hebben gehad te besluiten of belanghebbende, mogelijk vertegen-woordigd door een andere gemachtigde, toch op de vastgestelde datum zou verschijnen. Gelet op het belang van het in genoemd arrest vermelde beginsel dat een belanghebbende gerechtigd is de behandeling door het gerechtshof van zijn zaak bij te wonen, doet aan deze regel niet af dat het, zoals het Hof op zichzelf terecht heeft geoordeeld, op de weg van de gemachtigde ligt in een geval als dit tijdig voor de zitting bij het Hof te informeren of het verzoek is ingewilligd; derhalve kan in het midden blijven of de gemachtigde, zoals hij stelt, dat heeft gedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/97e36137e3bea1c7024e1126dbd2c9c49bc37c7a4a59766bea6e4df4e962a8aa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 97e36137e3bea1c7024e1126dbd2c9c49bc37c7a4a59766bea6e4df4e962a8aa, en de alinea staat in dat document op bytes 7555 tot 8626.