Citaat | Hoge Raad 21 maart 2000
Alinea 44 Hoge Raad 21 maart 2000
Een alinea uit Hoge Raad 21 maart 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5201.
3.4. Ten aanzien van het grondrecht van de vrijheid van drukpers - waarbij het gaat om het fundamentele recht voor eenieder gedachten of gevoelens te open-baren met een verbod voor de overheid van voorafgaand toezicht op de inhoud van geopenbaarde geschriften en afbeeldingen - wordt sedert HR 28 nov. 1950, NJ 1951, 137, en HR 28 nov. 1950, NJ 1951, 138, onderscheid gemaakt tussen het, de geesteswereld betreffende, grondrecht om zonder voorafgaand verlof van de over-heid gevoelens door middel van de drukpers te uiten zodat zij voor anderen kenbaar zijn, en het recht om een gedrukt geschrift door verspreiding aan het publiek kenbaar te maken. Het openbaringsrecht mag slechts worden beperkt bij een wet in formele zin, terwijl het verspreidingsrecht binnen zekere grenzen aan beperkingen mag worden onderworpen bij wet in materiële zin. In de onderhavige zaak is het
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed7fc87e0053811bd55108c03ce43725543489fb9a8bdfb6616024894bc264ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed7fc87e0053811bd55108c03ce43725543489fb9a8bdfb6616024894bc264ea, en de alinea staat in dat document op bytes 9370 tot 10257.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ed7fc87e0053811bd55108c03ce43725543489fb9a8bdfb6616024894bc264ea | shasum -a 256