Citaat | Hoge Raad 21 maart 2000
Alinea 49 Hoge Raad 21 maart 2000
Een alinea uit Hoge Raad 21 maart 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5201.
“Ik ben van mening dat ik door middel van het aan-bieden van de posters gedachten en gevoelens heb geopenbaard. (..) Omdat ik de posters mooi vond wilde ik ze aan anderen laten zien en even-tueel verkopen. Dit is een zuiver persoon-lijk gevoel dat door het aanbieden van de posters werd geopenbaard".
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed7fc87e0053811bd55108c03ce43725543489fb9a8bdfb6616024894bc264ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed7fc87e0053811bd55108c03ce43725543489fb9a8bdfb6616024894bc264ea, en de alinea staat in dat document op bytes 11278 tot 11596.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ed7fc87e0053811bd55108c03ce43725543489fb9a8bdfb6616024894bc264ea | shasum -a 256