Citaat | Hoge Raad 21 maart 2000
Alinea 51 Hoge Raad 21 maart 2000
Een alinea uit Hoge Raad 21 maart 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5201.
4.3. De klacht van het mid-del, dat het Hof heeft miskend dat art. 7, eerste lid, GW niet slechts bes-cherming biedt in het geval dat eigen gedachten of gevoelens door middel van de drukpers worden geopen-baard, maar tevens in het geval dat gedachten of gevoelens van anderen worden geopenbaard, gaat van een verkeerde lezing van het bestreden arrest uit en mist dus feitelijke grondslag. Immers, het Hof heeft in het bestreden oordeel slechts een beslissing gegeven op het verweer, zoals dit door de verdachte is gevoerd, en heeft met zijn oordeel kennelijk en terecht niet willen bestrijden dat in geval van open-baring van gedachten of gevoelens door middel van de drukpers ook andere gedachten en gevoelens dan van de verdachte zelf in de regel voor bescherming in aan-merking komen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed7fc87e0053811bd55108c03ce43725543489fb9a8bdfb6616024894bc264ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed7fc87e0053811bd55108c03ce43725543489fb9a8bdfb6616024894bc264ea, en de alinea staat in dat document op bytes 11864 tot 12664.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ed7fc87e0053811bd55108c03ce43725543489fb9a8bdfb6616024894bc264ea | shasum -a 256