Citaat | Hoge Raad 21 maart 2000

Alinea 70 Hoge Raad 21 maart 2000

Een alinea uit Hoge Raad 21 maart 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5201.

6.4. In cassatie staat vast dat het in dit geval niet ging om het maken van handelsreclame, maar om het ten verkoop aanbieden van posters met reproducties van aquarellen en afbeeldingen van foto's, al dan niet voorzien van teksten, welke voor geen andere uitleg vatbaar zijn dan dat zij een bepaalde uiting van kunst bevat en/of ludiek van aard zijn. Bezwaarlijk kan van zulke gedrukte stukken worden gezegd dat zij geen gedachten of gevoelens openbaren als bedoeld in art. 7, eerste lid, GW. Het Hof heeft dus ten onrechte geoordeeld dat de uitzonderingsbepaling van art. 83 APV Haarlem geen toepassing vindt op grond van zijn oordeel dat de posters, zowel wanneer de afbeeldingen of de teksten die daarop voorkomen op zichzelf worden beschouwd, als wanneer deze in samen-hang met elkaar worden bezien, een beroep op art. 7 GW niet rechtvaardigen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed7fc87e0053811bd55108c03ce43725543489fb9a8bdfb6616024894bc264ea. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed7fc87e0053811bd55108c03ce43725543489fb9a8bdfb6616024894bc264ea, en de alinea staat in dat document op bytes 18593 tot 19454.