Citaat | Hoge Raad 22 maart 2000

Alinea 18 Hoge Raad 22 maart 2000

Een alinea uit Hoge Raad 22 maart 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5225.

3.4. Het Hof heeft geoordeeld, in cassatie niet bestreden, dat de door belanghebbende in het ingediende aangiftebiljet verstrekte gegevens niet van zodanige aard en omvang zijn dat de Inspecteur aan de hand daarvan zonder nader onderzoek een (voorlopige) aanslag naar het juiste belastbare inkomen had kunnen opleggen, en dat het aangiftebiljet niet is ingediend binnen het in artikel 30a, lid 3, onderdeel a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (tekst tot 1 juni 1996) bedoelde (drempel) tijdvak, dat in casu eindigde op 31 maart 1995. Het heeft vervolgens geoordeeld dat de heffingsrente terecht in rekening is gebracht. Het meer subsidiaire middel betoogt dat van het tijdsverloop van 27 maanden tussen 1 april 1995 (begin van het tijdvak waarover de heffingsrente is berekend) en het tijdstip waarop de aanslag is opgelegd een groot deel (ruim 23 maanden) het gevolg is van een aan de Inspecteur toe te rekenen vertraging, en dat zulks ertoe dient te leiden dat geen heffingsrente in rekening kan worden gebracht. Het middel faalt aangezien, ook al zou de Inspecteur de aanslag eerder hebben kunnen opleggen, de regeling van artikel 30h (voorheen 30c) van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (tekst tot en met 30 juni 1997) naar tekst en strekking geen ruimte biedt om in een geval als het onderhavige op die grond het in rekening brengen van heffingsrente achterwege te laten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa5b2afe19f2dec149d92b143dd08114834210694271f83313454be5d6eca5b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa5b2afe19f2dec149d92b143dd08114834210694271f83313454be5d6eca5b9, en de alinea staat in dat document op bytes 8100 tot 9508.